Rechter: NAM moet woningeigenaren al compenseren

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) moet Groningse woningeigenaren nu al compenseren voor de waardedaling van hun huis. Zelfs als het huis niet wordt verkocht. Dat is de uitspraak van de rechtbank in Assen.

NAM voelt niets voor de algemene regeling

In Groningen wordt aardgas gewonnen, waardoor er aardbevingen ontstaan. Dat zorgt voor schade, en daardoor waardevermindering aan woningen. Daarom zou de NAM woningeigenaren nu al moeten compenseren. Maar de NAM voelt niets voor een algemene regeling vooraf. Eigenlijk wilde de aardoliemaatschappij alleen betalen als een woning wordt verkocht en de schade duidelijk is. De schade moet ‘in de portemonnee worden gevoeld.’ Maar daar is de rechtbank het niet mee eens.

Volgens de rechter in Assen kan de NAM de schade nu al begroten. Het risico op aardbevingen valt namelijk als ‘duurzaam’ aan te merken. Dat betekent ook dat de stichting Waardevermindering door Aardbevingen Groningen (WAG) heeft gewonnen.

Vervolgstappen
De Nederlandse Aardoliemaatschappij bestudeert de uitspraak van de rechter en beraadt zich nog op ‘eventuele vervolgstappen.’ Dat zegt een woordvoerder van de NAM tegen de Volkskrant. De uitspraak van de rechter is een principe-uitspraak.

Volgens de rechtbank verschilt de precieze waardedaling per geval. Daarom kan de rechter daar geen algemene regels of percentages aan vastkoppelen. Dat betekent dat iedere eigenaar voor ieder individueel geval een procedure moet starten.

Uiteindelijk toch een algemene regeling?

Het is mogelijk dat de NAM uiteindelijk toch voor een algemene regeling kiest. De financiële compensatie zou gelden voor zo’n 100.000 woningen in het aardbevingsgebied. Die zijn bij elkaar ruim een miljard euro minder waard geworden.

Daarmee zouden er 100.000 potentiele rechtszaken op stapel staan. Daarom kan de NAM uiteindelijk alsnog vervolgstappen nemen, of alsnog voor een algemene regeling kiezen. Of zo’n algemene regeling er komt, is een vraag die nog niet beantwoord kan worden. De NAM kan nu namelijk eerst nog in beroep gaan tegen de principe-uitspraak van de rechter.