Installateurs: ‘Lage btw impuls voor verduurzaming woningen’

Een blijvend laag btw-tarief versnelt het energiezuinig maken van woningen en daarmee kan Nederland de doelstellingen van het Energieakkoord halen. Dat stelt installateurskoepel UNETO-VNI. Daarom roept de organisatie de Tweede Kamer op om de belasting op energiezuinige maatregelen op zes procent vast te stellen.

‘Duwtje in de rug’

Op dit moment heft de overheid zes procent btw op bijvoorbeeld zonnepanelen, energiezuinige hr-ketels en energiezuinige inbouwapparatuur. Volgens UNETO-VNI is het lage tarief ‘het duwtje in de rug dat veel woningbezitters en woningcorporaties nodig hebben.’

De installateurskoepel denkt dat het eigenaren van woningen zal ontmoedigen te investeren in energiezuinige maatregelen, als de overheid besluit de btw weer terug te brengen naar het normale niveau.

Blijvend
Titia Siertsema van UNETO-VNI roept daarom in een brief op om de lage belastingtarieven blijvend te maken: “Zo’n 40 procent van het totale energieverbruik in on land komt voor rekening van gebouwen en woningen. Dankzij de lage btw nemen we meer energiebesparende maatregelen. Het percentage van het totale energieverbruik gaat drastisch omlaag.”

UNETO-VNI zegt dat veel opdrachtgevers hun plannen om energie te besparen weer op de lange baan schuiven als het belastingtarief weer naar 21 procent gaat. Installateurs verwachten een daling van het aantal opdrachten met ongeveer 20 procent.

1 juli
Op 1 juli loopt de proef met de lage btw op energiebesparingsmaatregelen af. Titia Siertsema heeft een idee wat de overheid met het bespaarde geld zou kunnen doen: “We kunnen de lage belasting inzetten om woningen in Groningen, die gevaar lopen als gevolg van de gaswinning, aardbevingsbestendig te maken.’

Uit onderzoek blijkt dat de lage Belasting Toegevoegde Waarde de afgelopen jaren duizenden banen heeft opgeleverd. Dat is volgens UNETO-VNI gunstig voor de overheid: “Er wordt weliswaar minder btw afgedragen, maar aan de andere kant bespaart de overheid aan WW-uitkeringen en draagt men meer loon- en inkomstenbelasting af.”