Forse toename offshore windenergie binnen EU

Europa heeft steeds meer offshore windenergie. Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn koplopers. Zij hebben de grootste toename van bouw van offshore windparken. Dat blijkt uit het rapport ‘Offshore wind in een stroomversnelling’ van ABN Amro.

Acht procent in 2030

ABN Amro voorspelt dat in 2030 acht procent van de Europese stroom wordt opgewekt door offshore windparken. Deze windparken worden vaak ‘windparken op zee’ genoemd. In Nederland gaat het ook goed: de industrie lijkt zich steeds meer te focussen op duurzame energie. Nederland heeft veel kennis van het bouwen van windparken op zee, en die kennis komt nu goed van pas. Dat is goed nieuws voor de klimaatdoelstellingen uit het energieakkoord.

In de komende vijf jaar zal Nederland in totaal 3500 megawatt aan te bouwen windparken aanbesteden. Daarmee groeit het offshore windvermogen van 228 MW naar 4500 MW. Dat is bijna twintig keer zo veel.

Goedkoper
Door nieuwe contracten, het delen van kennis en het delen van kosten, zal offshore windenergie efficiënter worden. Uiteindelijk merkt de klant van het energiebedrijf dat: de prijzen zullen omlaag gaan. De industrie en de overheid willen de prijzen voor windenergie met ongeveer 40 procent verlagen.

Blijven investeren
Volgens ABN Amro moet men blijven installeren in hernieuwbare energie. Alleen op die manier kunnen de Europese milieudoelstellingen gerealiseerd worden. Het aandeel fossiele brandstof moet in de energiemix flink verminderen: “Nederland heeft zich tot doel gesteld om in 2050 uitsluitend duurzame energie op te wekken. Dit vereist een grote energietransitie”, zegt Hans van Cleef, Senior Sector Econoom Energie van ABN Amro.

Volgens van Cleef gaat de ambitie om fossiele brandstoffen langzaam uit te faseren ‘een nieuw tijdperk in.’ De verwachtingen over de klimaattop in Parijs zijn volgens hem hooggespannen: “Er is hoop dat nu echt concrete afspraken kunnen worden gemaakt om wereldwijd het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen.”